Verdwenen uit Nederland: zilverstreephooibeestje

20 jan , 6:45 Natuur
Zilverstreephooibeestje Bouke ten Cate CC BY-SA 4.0 Wikimedia
Bouke ten Cate CC BY-SA 4.0 Wikimedia

Vijftien soorten dagvlinders zijn de afgelopen eeuw verdwenen uit Nederland. De Vlinderstichting zal de komende tijd regelmatig een van deze soorten onder de loep nemen.

Hoe was het vroeger? Waar kwam de vlinder voor? Hoe verdween deze soort en waarom verdween hij? En zou hij nog kunnen terugkeren? Vandaag de derde in deze serie,

Het zilverstreephooibeestje

Niet veel mensen zullen hem zelf gezien hebben. Het is een klein donkerbruin vlindertje en pas als hij gaat zitten valt de mooie en kleurrijke tekening op de onderkant op: een rij oogjes in een oranje veld, afgemaakt met een subtiel zilveren streepje.

Wie hem in Nederland zag, is nu minstens tachtig jaar oud en wie hem in het buitenland zag, heeft daar een eind voor moeten reizen. Alleen als die reis richting de Baltische staten en Rusland ging, kan dat een toevallige ontmoeting geweest zijn, in de rest van Europa moet je precies weten waar je moet zoeken. We hebben het over het zilverstreephooibeestje, een lange naam voor een klein vlindertje.

Historie

In 1866 vermeldt A.H. Maurissen voor het eerst het zilverstreephooibeestje voor Nederland: “Vole en abondance dans quelques bois taillis aux environs de la ville” oftewel “Vliegen in overvloed in sommige hakhoutbossen in de buurt van de stad”. Een heer van stand schreef in die tijd in het Frans. Die stad was Maastricht, waar hij woonde. Vermoedelijk zijn de zilverstreephooibeestjes altijd heel lokaal aanwezig geweest, waar ze dan wel "in overvloed" konden vliegen.

Dat gold ook voor de waarnemingen bij Slangenburg (Doetinchem), waar in 1902 en 1903 acht exemplaren van deze soort door Klokman werden gevangen. In 1900 duikt het eerste gedateerde exemplaar uit Winterswijk op. Uit die omgeving zal de vlinder tot 1959 regelmatig gemeld worden. Op 2 juni 1959 werden de laatste drie exemplaren gevangen en daarmee was de soort verdwenen uit ons land.

Leefgebied

In de beschrijvingen van het leefgebied komen de woorden hakhoutbos en kreupelhout vaak terug. En ook in het buitenland lijkt dat een goede omschrijving. Heel bijzonder zien deze plekken er ook weer niet uit, maar het zijn wel allemaal vochtige plekken.

Willinks Weust bij Winterswijk zou, volgens overleveringen, een van de plekken met zilverstreephooibeestje moeten zijn geweest. Topotijdreis laat links rond 1925 een mengeling van heideveldjes, veentjes, stukjes met hoog bos, stukjes met hakhoutbos en akkertjes en hooilandjes omzoomd met houtwallen zien. Daar zal op veel plekken leefgebied voor het zilverstreephooibeestje geweest kunnen zijn – al zal het voor deze veeleisende soort vermoedelijk maar hier en daar net goed geweest zijn.

Dankzij herinrichting is er nu wel weer een bijzonder natuurgebied maar kleiner dan vroeger en niet geschikt voor het zilverstreephooibeestje; en het wordt omringd door raaigras en mais.

Toekomst

Overal in Europa worstelt men met het behouden van het zilverstreephooibeestje. Met uitzondering van de Baltische staten en Rusland doet de soort het eigenlijk overal slecht. Populaties verdwijnen nog steeds een voor een. Het behouden van (vochtig) hakhoutbos en kreupelhout blijkt een hele uitdaging.

Doe je niks, dan schiet het bos binnen een paar jaar door successie hoog op en verdwijnt de soort. Vroeger werden plekken als deze vanzelf onderhouden, want het hout was nodig voor de kachel en hakhoutbossen werden door de boeren regelmatig afgezet. En omdat iedere boer dat op zijn eigen manier en moment deed, was er vanzelf veel variatie met tijdelijke open plekken waar net gekapt was in een hakhoutbos.

In Nederland zal het zilverstreephooibeestje niet meer vanzelf terugkeren, hij zou er honderden kilometers voor moeten afleggen. Maar bovenal hebben we geen leefgebied dat groot, nat en gevarieerd genoeg is – en kan blijven – om altijd geschikt leefgebied te bieden.

Tekst: Chris van Swaay, De Vlinderstichting

♦♦♦

Renkum.nieuws.nl richt zich op berichtgeving op lokaal niveau. De bezoekersaantallen blijven stijgen, wat onder andere goed is voor de zichtbaarheid van onze adverteerders. Wil jij je naamsbekendheid vergroten?

Wij denken graag met je mee om de reclame-euro zo optimaal mogelijk te besteden. Door lokaal te adverteren op Renkum Nieuws tegen een concurrerende prijs! Neem contact op met Dolf Verschuren via de telefoon: 06 – 4025 3846 of mail: [email protected].

De nieuwsredactie is te bereiken via [email protected].

2025 07 02 17h29 26