“De laatste keer in een zweefvliegtuig? Nou, in september 1944!”

Met hulp van vele sponsoren was het gelukt om drie Gliderpiloten veteranen naar Renkum te halen. Met op het programma een vlucht in een zweefvliegtuig afgelopen vrijdag.

Op de vraag wanneer de veteranen voor het laatst in een zweefvliegtuig hebben gezeten beginnen ze te lachen: “Nou, in september 1944!”

Wolken

Het zag er wel een beetje somber uit bij aankomst op Terlet bij de Gelderse Zweefclub. Mistig, geen zon en best fris ook. Konden Frank Ashleigh (92), Denzil Cooper (96) en Roy Roberts (92) vandaag weer het luchtruim in?

De grote vraag die iedere betrokkene moet hebben gehad bij het opstaan en zien van de grijze lucht.

Het zal ook niet typisch Nederlands zijn geweest als die vraag tot op het laatste moment onbeantwoord bleef! Dat maakte de voorpret niet minder en de goeie moed dat alles door zou gaan, ook niet. Maar toen na de briefing door piloot Arjan Vrieze de zon doorbrak, slaakte iedereen een zucht van verlichting.

Maar de wolken waren nog niet helemaal weggetrokken. Vol goede moed maar richting de vliegtuigen. Bij het vooruitzicht in de mooie, slanke en witte vliegtuigen te mogen vliegen glunderden de veteranen breeduit. “Met welke mag ik mee?” “Welke is die van mij?”

Ze werden in hun zweefvliegtuigen geholpen. Ze vroegen honderduit over de compleet andere zwevers dan dat ze kenden. en trakteerden de piloten op verhalen van hun Horsa’s.

Toen ze geïnstalleerd zaten werden de laatste camera’s goed ingesteld, het was de bedoeling dat de vluchten opgenomen werden zodat ze bij de Renkum Airborne op grote schermen te zien waren.

Toen was het ineens een ‘GO’. En daar gingen ze, met ongeveer 10 minuten tussentijd, achter elkaar aan.

Anders dan een Horsa

De vlucht werd door de camera’s perfect in beeld gebracht en er werd geland op Landing Zone Z, nu het land van boer Tinssen die onmiddellijk zijn medewerking verleende toen hij hoorde dat de drie veteranen op zijn gras wilden landen. Veteraan John Crosson (KOSB) zat aan de Telefoonweg op hun te wachten. Ook John was in 1944 met een Horsaglider aangekomen.

Zweefvliegtuig
Horsa Glider

Frank Ashleigh had ook even gevlogen “Arjan vroeg me of ik de bocht wilde maken. Ik probeerde het vliegtuig te besturen zoals ik de Horsa bestuurde. “ Hij begint te lachen. “Maar ik stuurde niet genoeg en hij wilde dat ik de stuurknuppel nog meer helde! Tjonge, dat ging echt wel even anders dan de Horsa.”

Als we hem ernaar vragen begint ook Arjan te lachen: “Als ik hem zijn gang had laten gaan, hadden we een rondvlucht over Arnhem gemaakt!”

De Horsa was vele malen groter dan het zweefvliegtuig. Om die in een bocht te draaien kon je volstaan met een veel kleinere helling van zo’n 2 graden van de stuurknuppel. De bocht die Frank ingezet had was veel te flauw. Hij moest behoorlijk bijsturen.

“Als ik dit met de Horsa had gedaan, nou dan was het niet goed gekomen!” Frank heeft de grootse lol. “Ze hadden wel drie man nodig om me uit het vliegtuig te halen!”

Frank, Denzil en Roy kwamen breed grijnzend uit de zweefvliegtuigen en die grijns is niet meer van hun gezichten af gegaan!

(Met grote dank aan Jan Boelens, Fred Hageman, Jaap Mons, Karel Noy en Jan Overheem voor de foto’s en de filmbeelden. Klik voor het zien van de fotoserie op de foto boven het artikel)