Het is, achteraf gezien absurd; we hadden Asibi, Efua, Ibrahim, Fuseni, Habiba en Baba, dus zes mensen aan het werk in ons huis in Tamale, Noord-Ghana toen we daar, zeven jaar lang (1995-2001), voor Unicef werkte.
En er liep ook nog hond, Linke Loetje, en een ezel zonder naam over het erf. De hond heette zo omdat zijn naam door niemand goed uitgesproken kon worden en daar had iedereen lol om!
Zeven vette jaren
Nu we in Nairobi, Kenia wonen, denk ik vaak terug aan die periode van ons in Ghana. Mijn vrouw en ik zeggen vaak: het waren zeven hele fijne jaren, we hebben mooi werk gedaan en ook ontzettend veel gelachen met ons huispersoneel en met collega’s op ons werk.
Asibi stond al voor het hek van ons huis te wachten met een oude plastic Didi tas toen wij, met onze drie maanden oude Jeroen uit Accra aan kwamen rijden. We kende haar al van een vriend van ons die vertrokken was uit Ghana. Nu kwam ze bij ons voor Jeroen zorgen. Ze was getrouwd. Haar man werkte in de goudmijnen in Zuid-Ghana. Ze was een lieve vrouw. Jeroen, onze zoon heeft kilometers en uren achter op haar rug gezeten in een doek waar hij erg rustig van werd. Efua was onze kokkin. Die vond het heerlijk om tegen vier uur in de middag te vragen: ‘What for this evening?, waar wij op den duur wanhopig van werden om altijd weer iets te verzinnen. En daar had zij weer lol om.
Ibrahim was onze dagwacht, toen al een oudere man, maar nog erg lenig; hij klom iedere ochtend een van onze 300 Albizia bomen in met een kapmes om takken met bladeren te hakken voor onze 4 schapen die een stalletje hadden boven op de septic tank. Dan Fuseni, een heel bijzondere man, onze nachtwacht, hij sprak weinig Engels. In zijn nachthut had hij een pijl en boog liggen om eventuele dieven een pijl in de kont te schieten. Toen de pijlen wel heel erg kromgetrokken waren door de droogte vroeg hij om een ‘shot gun’. Die hadden we hem prima kunnen geven want hij zou nooit raakschieten. Toch hebben we het niet gedaan.
Dan komt Habiba, uit Mali, zij deed de was, veegde de vloer en maakte schoon. Habiba was een brok energie. Haar ogen rolde vaak van opwinding door haar oogkassen heen. Zeker toen mijn oudere broer op bezoek was en haar erg leuk vond en haar dus een kus gaf toen hij weer vertrok naar Nederland. Ze sprong een meter in de lucht en haar ogen lagen er bijna uit van de verrassing.
Vort sik
Als laatste Baba, onze rijzige tuinman, een en al rust, waardigheid en bedaardheid. Keurig gekleed in een kaftan met hausa cap en als hij niet werkte, een zonnebril op. Mijn moeder, die drie keer in die zeven jaar op bezoek geweest is, zei van hem: ‘Hij is dan wel moslim, maar in ‘z’n soort’ deugt tie!
De eerste keer dat mijn moeder bij ons was, durfde ze het huis bijna niet uit te komen, zo onbekend en vreemd was alles. De tweede keer durfde ze mee naar buiten, naar de markt of naar een dorp. Een vaak herhaalde uitspraak op plat Hoevelakens van haar was: ‘Tjonge, jonge, dat die minsen zo schoon uut die hutte kunne komme!’
De derde keer was een topmaand voor haar. Op de markt vol met kleurrijke vrouwen met schalen met mais, bonen, sesam en pinda’s zag ze een geit een hap nemen uit een bak met mais. Met een: ‘Hé, vort sik’, gaf ze het beest een pets op z’n rug en die mekkerde weg. Een golf van gejoel en gelach klonk op: ‘Aaai, die oude witte vrouw weet hoe het moet! Ze jaagt de geit weg!’
Een zwak voor Baba
Mijn moeder mocht Baba. Vooral om de rust die hij uitstraalde. Maar ook zijn waardigheid en respect voor haar, als oude vrouw. Ze sprak geen woord Engels; toch begrepen ze elkaar.
Baba had ook aanzien bij de anderen in ons huis. Bij conflicten nam Baba initiatief om het op te lossen. Habiba en Asibi, ondanks dat ze vriendinnen waren, vlogen elkaar, ik weet niet meer waarom, een keer letterlijk in de haren. Echt ruzie. De plukken haar vlogen in het rond, gekrijs, scheurende kleren, vechten, duwen. Mijn moeder schrok zit rot en gilde: ‘Baba!’.
Baba hoorde het, liet zijn hak vallen waarmee hij aan het wieden was in de witte kolen en kwam met grote waardige passen aangehold, zijn kaftan wapperend tussen zijn lange benen, zijn cap waaide af, rende langs de schapenstal, opende de verandadeur en overzag het slagveld. ‘Wel Allah machtig: wat gebeurt hier!’ Zonder twijfel trok hij de twee vechtende vrouwen uit elkaar die, met mijn verschrikte moeder op de achtergrond, zich beschaamt terugtrokken. De rust was weergekeerd.
Mijn moeder was een type die, als alles weer pais en vree was, onbedaarlijk kon lachen over de wapperende kaftan, de plukken haar, over de ‘hele toestand!’
Bidden
Rond het middaguur, als de zon over haar hoogste punt is en in de middag, wanneer de schaduw van een object langer wordt rolden Baba en Ibrahim hun bidmatjes uit en gingen samen in gebed. Bezoekers deden ook mee. Ik was daar wel een beetje jaloers op; de saamhorigheid die daarvan uit gaat trok me aan. Soms vroeg ik waar ze voor bidden. Dan zeiden ze: ‘We bidden in stilte om Allah te danken, om hulp en vergeving te vragen, en om dicht bij Hem te blijven. We bidden ook om een goede gezondheid en vrede voor iedereen die hier woont en werkt’.
Waarzegger
We ontdekten dat er geld gestolen werd uit onze kast in de slaapkamer. We wisten ook wie het gedaan had. Wat nu? We wilden dat de dief zich bij ons kenbaar maakte. Maar hoe doe je dat? We riepen iedereen bij elkaar en vertelde wat er gebeurd was en dat de dader zich moest melden.
Twee weken gebeurde er niks, de spanning in en om huis was te snijden zo dik. Toen greep Baba in. Hij melde dat hij een waarzegger, die hij goed kende en vertrouwde, uitgenodigd had op ons erf om tijdens een ceremonie uit te vinden wie ons geld gestolen had. Iedereen gehoorzaamde en was er op de geplande datum. Achteraf hoorde we dat verschillende mensen in de week voor de ‘rechtszaak’ van hun eigen ‘waarzegger’ bescherming hadden gevraagd tegen de waarzegger van Baba.
Het stokje
Ik weet niet hoe de waarzegger er uit zag en wat hij allemaal bij zich had. Ik was niet bij de ceremonie. Ze moesten allemaal in een kring gaan zitten. De spanning steeg enorm. En na, denk ik, een offer waarbij water uit een kalebas op de grond geplengd werd als offer aan de voorouders en om hulp te vragen om de echte dader te vinden, pakte de waarzegger een stok, zette die in het midden van de groep in de grond, hield de stok met zijn wijsvinger vast en zei: ‘Als ik de stok loslaat zal hij, door Allah, God of voorouders gestuurd, de kant van de dader opvallen. De man zal iedereen in de kring nog een keer priemend aangekeken hebben.
De spanning werd groter en groter. Hij had de stok nog met het puntje van zijn lange nagel vast. Druppels dropen langs alle voorhoofden. Een zweetlucht steeg op, het was doodstil…. totdat Habiba het niet meer kon houden en explodeerde met een felle schreeuw: It was me! I am so sorry, it was me!. Ze schreeuwde, huilde, schokte, zweette over heel haar lijf, sloeg om haar heen. De anderen konden haar bedaren, maar ze was hevig ontdaan.
Door psychologie of goddelijk ingrijpen, het vonnis was duidelijk. De waarzegger pakte zijn magisch stokje en ging naar huis. Baba werd bedankt; hij had goed werk gedaan.
Habiba is vertrokken, ze heeft nog wel wat geld terugbetaald. We zijn haar uit het oog verloren en weten niet waar ze heen gegaan is, wat ze nu doet en of ze nog leeft.
Groenteteler
Tegen het einde van ons verblijf in Ghana had Baba zich ontwikkeld tot een professioneel groenteteler. Hij teelde al groenten voordat hij bij ons kwam werken maar heeft gedurende zijn zeven jaar bij ons met van alles kunnen experimenteren en kon na ons vertrek goed zijn inkomen verdienen voor zijn twee vrouwen en vijf kinderen.
De kromme benen van Fuseni
Ik ben in contact gebleven met Baba. Vanaf 2001 ga ik bijna elk jaar naar Ghana om projecten te bezoek van de Stichting Ecologische Landbouwprojecten Ghana waarvan ik in het bestuur zit. Dan bezoek ik steevast Baba en Asibi, en maken we grappen over Linke Loetje of over de kromme pijlen en benen van Fuseni. In 2010 verloor Baba zijn eerste vrouw.
Daar heeft hij lang onder geleden, zo erg zelfs dat toen ik hem bezocht, hij niet kon praten van verdriet. Zij zoon sprak voor hem, precies de goede antwoorden. Baba knikte de antwoorden goedkeurend toe, arme Baba.
Thank you
Ik denk dat Baba ongeveer net zo oud is als ik. Ik denk dat ‘we’; Asibi, Baba, Habiba, Efua en mijn vrouw en ik, allemaal ongeveer even oud waren toen we ‘samen’ gingen leven in 1995. Fuseni en Ibrahim waren toen al oud en moeten nu stokoud zijn. Ibrahim hebben we nog een keer gezien in 2023. Hij kon moeilijk lopen maar zijn en ons gezicht waren een grote dankbare glimlach toen we elkaar zagen:
Hij kon alleen maar ‘Thank you’ en ‘Linke Loetje’ zeggen waarna we in een hartelijke lach schoten.
Positief
Corona sloeg ook in Noord-Ghana toe, maar het heeft niet zo huisgehouden als in Europa. Toch is er ook daar een huisarrest geweest. Baba kon niet meer zijn familie en vrienden gaan groeten. Daar heeft hij wat op bedacht. Hij is met een whatsapp wensen dienst begonnen. Elke dag stuurt hij naar 45 mensen in zijn netwerk, waaronder ik, een positieve boodschap, wens, spreuk of filmpje. Bijvoorbeeld deze spreuk:
Goede morgen
Mens zijn:
Leer lief te hebben zonder voorwaarde
Praat zonder slechte intentie
Geef zonder enige reden
En het meest van alles: zorg voor mensen zonder enige verwachting
Ik ontvang deze wensen nu drie jaar. Het eerste jaar dacht ik: ‘Tikkeltje overdreven allemaal’. Het tweede jaar: ‘Hij is wel volhardend in zijn pogingen om mijn hart te bereiken maar het kan geen kwaad!’ Het derde jaar: ‘Het doet toch wat met je als je elke dag een positieve wens toegestuurd krijgt’.
Ik vroeg hem vorige week waarom hij dat doet. Baba:
‘In de Koran zegt Allah: als je voor iemand bidt, laat Allah engelen voor jou bidden. Of als je iemand het beste wenst, laat Allah engelen jou het beste wensen. De Koran leert ons dat we elkaar moeten groeten. Maar ik kan niet iedereen persoonlijk bereiken om te groeten, dus gebruik ik dit platform om mijn buren, familieleden en vrienden te groeten’.
Nu ik terugdenk aan die jaren kan ik volmondig zeggen: we hebben het goed gehad met zijn allen en daar heeft Baba een grote rol in gespeeld. In oktober ga ik Baba, de goeie moslim, weer bezoeken; we zullen vast weer een goeie grap maken over de ezel die luid balkend je kwam begroeten als je het erf opreed en zijn kop even door het autoraam naar binnen stak om aan je haar te snuffelen. Dank Baba!
Kees van Veluw
Kees heeft jaren columns geschreven voor het huisblad van de WUR (Resource) en voor Ekoland (het blad voor de biologische landbouwsector). Kees woonde 25 jaar naar volle tevredenheid in Renkum, was actief in het Dorpsplatform Renkum Heelsum en bij Boerderij Veld en Beek.
Kees is verhuisd naar Nairobi, Kenia en wil graag blijven bloggen (eventuele reacties kunnen naar
[email protected], ze worden dan naar Kees doorgestuurd).
♦♦♦
- Blijf
op de hoogte via Facebook, Instagram of
via de nieuwsbrief, inschrijven onderaan deze pagina.
- Lokaal
(pers)bericht of evenement insturen? Dat kan via [email protected]
Renkum.nieuws.nl richt zich op
berichtgeving op lokaal niveau. De bezoekersaantallen blijven stijgen, wat
onder andere goed is voor de zichtbaarheid van onze adverteerders. Wil jij
je naamsbekendheid vergroten?
Wij denken graag met
je mee om de reclame-euro zo optimaal mogelijk te besteden. Door lokaal te
adverteren op Renkum Nieuws tegen een concurrerende prijs! Neem contact op met
Dolf Verschuren via de telefoon: 06 – 4025 3846 of mail:
[email protected].
De nieuwsredactie is
te bereiken via
[email protected].