Mijn vader sprak Nederlands gelardeerd met veel Renkumse woorden en gezegden, mijn moeder sprak ook Nederlands, maar als haar ouders erbij waren ging ze meteen over in het Limburgs.
Als kind vond ik het Renkums niet verkeerd, maar het voelde enerzijds toch aan als minderwaardig dan het Nederlands en anderzijds schiep het ook een band met de mede-inwoners van ons dorp.
Door John Bartels
Het Renkums dialect is anno heden nauwelijks nog te horen. Ik herinner me goed hoe eind jaren 50 en zeker in het begin van de jaren 60 van de 20e eeuw het Renkums nog volop gesproken werd. Het zal toen ook al wel minder zijn geweest dan de jaren ervoor. Maar toch. Op de lagere school moesten we natuurlijk het ABN spreken (Algemeen Beschaafd Nederlands). Mensen, vooral Renkumers, die voor de oorlog geboren waren, hadden meestal ook een bijnaam waarvan lang niet altijd duidelijk was hoe zo’n naam tot stand kwam. Mijn oma noemden ze Mie-van-de-halve-mie, haar zwager Tuutje Bosch, je had een zekere Peter Boeremoes en iemand noemde ze de Stront pot, Knikkertje etc. Dorpen werden steeds meer bewoond door mensen, die van elders kwamen, de invloed van de televisie en al dat soort zaken hebben ertoe bijgedragen, dat zowel bijnamen als het Renkums dialect eigenlijk tot een tijd horen, die voorbij is gegaan.
Hoe klonk nou het Renkums in mijn kindertijd? Door de tijd heen schreef ik op papier Renkumse woorden en uitspraken op. Een aantal verzamelde woorden heb ik in een verhaaltje bij elkaar gezet en daaronder vertaald. Een beetje lastig om voor de uitspraak de juiste schrijf letters te vinden. En hoe vertaal ik nou het woord moiken (betekenis van zeuren en ook van vervelend doen), of een woord als schumen (ongevraagd in kastjes en laatjes kijken)? Valt‘t onderstaande Renkums nog te begrijpen?
Me bruurs en zusse
’t Regent as het knoept. De hele bubs zit nou verrabbezakt thuus aan tafel te moiken. Ze kunne nou niet boddeken en die piepers schellen. Darrum hebbe ze nou een roem van tijd. Wie wil een potje poejer of goat de thee inschudden? Dat zei Marietje. Das een poempernikkel met boesterig hoar, die graag poekelt. Willem kan onfatsoendelijk doen, hij lig vaak kaal in bed. In z’n boks het ie altiet een tuutje met broad. As ie noar bute geet goat ie vaak sjotten. Ka schuumt graag en geet dan stiekum opgekalefaterd voorum het huus over de hekkes naor de hucht.
Met kwaot geld miek ze doar Hent dan een knots wies. Hij scheet een keer 7 meter stront toen ze same zate te reupen en hij van Marie een fats van de malle molen kreeg. Wat krulde die d’r op. Dat het Marie een keer eiges gezeit. An, da’s ok wa, z’is een dalde-jer en koekeloert veul. Ze het stront in de ore en is een eigenwijze heurekut. Ze kwekt veel, kan honnig doen en ziet er foekserig uit. Mij kan dat niks ver-schelen as ze moar nie tegen de tafel loop te boenksen en zit te sjenken. Zelf teut ik graag en vint Ka met haar kuleke in de wang als ze haar ouwe kloffie aon het een mullepeert. Japie doet vaak onmundig, hij het een hundje. Da beeske vret veul. Da kaje zien.
Me bruurs en zusse, ik het ‘r toch schik van. ‘kga nou binnendeur langs de heg noar ‘t dorrup, da's veul richter. ’kwil Nog effe tegen Mie-van-de-halve-mie zeggen astok vanaovend nie kom. As ik weer thuus ben dan goa ik efkes slaopen, ik ben nou al zo moe as een maai. Tjuus.
Vertaling van het Renkumse dialect naar het Nederlands van nu
Mijn broers en zussen
Het regent keihard. Iedereen zit nu onderuitgezakt thuis aan tafel wat te niksen (moiken betekent ook zeuren) Ze kunnen nu niet de achtergebleven aardappels op het land rapen en die aardappels schillen. Daarom hebben ze nu tijd zat. Wie wil een kopje chocolademelk of gaat de thee inschenken? Dat zei Marietje. Ze is een dikkerdje met wild zittend haar, die graag kletst. Willem kan onfatsoenlijk doen. Hij ligt vaak bloot in bed. In zijn broek heeft hij altijd een zakje met brood. Als hij naar buiten gaat, gaat hij vaak voetballen. Ka kijkt graag ongevraagd overal en gaat dan stiekem opgeknapt aan de voorzijde over het hek naar de heuvel(of berg).
Met geld van een ander maakt ze daar Henk een heleboel wijs. Hij deed angstig toen ze zaten te stoeien en hij van Marie een klap kreeg. Wat ging hij te keer. Dat heeft Marie zelf verteld. An, dat is ook wat, ze leeft erop los, wil aandacht en kijkt veel om haar heen. Ze doet alsof ze niets hoort en is een eigenwijze trut. Ze praat veel, kan kattig doen en ziet er onverzorgd uit. Dat maakt mij niet veel uit, als ze maar niet tegen de tafel zit te schoppen en zielig zit te zeuren. Zelf kom ik moeilijk op gang en vindt Ka met haar kuiltjes in de wangen als ze haar oude kleren aan heeft opvallend dik. Onhandige (onbehouwen) Japie heeft een hondje. Dat beestje eet veel. Dat kun je zien.
Mijn broer en zussen, ik heb er toch plezier van. Ik ga nu binnendoor naar de winkelstraat, dat is veel korter. Ik wil nog even tegen Mie (=Marie)-van-de-halve mie zeggen dat ik vanavond niet kom. Als ik weer thuis ben ga ik even slapen, ik ben nu al doodmoe. Tot ziens. (tekst gaat verder na foto)
CC0
Dorpsstraat Renkum – blik op het oosten / vermoedelijk is de foto genomen in de jaren 20 van de vorige eeuw. Zie, dat de kinderen nog klompen dragen
Waar kwam het Renkums vandaan?
Het Renkums dialect is een Zuid-Gelders dialect en behoort tot de Neder frankische taalgroep, net als de Brabantse en Limburgse dialecten. Het Renkums heeft veel gelijkenissen met het Arnhems dialect. Zowel het Arnhems als het Renkums hebben invloeden uit Nedersaksische dialecten, die in de nabije omgeving worden gesproken (Veluws en Achterhoeks), maar gek genoeg ook uit het Haags. Toen in vroeger tijden veel rijke Hagenaren een tweede huis in en rondom Arnhem kochten, namen de lokale bewoners veel klanken uit het Haags over, omdat dit status verschafte.
De streektaal werd toch wel ervaren als iets dat niet hoorde, minderwaardig en een taal voor niet ontwikkelde mensen. Onzin natuurlijk. Dialecten zijn een bron van lokale cultuur en humor. Streektaal droeg bij aan verbinding,
Terzijde
Dat er tegenwoordig nog dialecten bestaan, is eigenlijk een won der. We worden zo overspoeld door allerlei vormen van nationaal Neder lands en buitenlandse woorden, die we gebruiken. Je zou verwachten dat kleine regionale talen helemaal weggedrukt worden. Maar dat valt mee. Niet meer de dialecten in hun oorspronkelijke vorm. Maar je kunt er iemands herkomst nog altijd goed aan afhoren. Een Brabantse “g” of een Rotterdam se ”o” zijn moeilijk af te leren. En wat te denken van het Limburgs? Er is natuurlijk ook nog zoiets als een regionaal accent en er zijn woorden die bij een bepaalde streek horen, zoals frietje tegenover patatje. Officieel kent ons land twee talen: het Nederlands en het Fries.
Taalkundig bezien is er geen enkel verschil tussen een taal en een dialect. Het ABN, onze standaardtaal heeft een grammatica en verzameling regels. Maar dat geldt ook voor een dialect. Trouwens, het ABN zelf is een Hollands dialect: het heeft alleen de status gekregen van algemene Nederlandse omgangstaal en het heet daarom en ook alleen daarom een taal. Die algemene functie verklaart ook waarom de grammatica van het ABN schriftelijk vastgelegd is; bij de meeste dialecten is dat niet gebeurd, maar dat maakt natuurlijk niets uit. Een dialect is net zo goed een taal. Het wordt alleen maar in een klein gebied gesproken, terwijl het ABN in ons hele taalgebied functioneert.
De talenkwestie maakt veel emoties los bij mensen. Denk maar aan België. Voor de Walen of de Vlamingen is het ondenkbaar dat zij hun recht op hun eigen taal zouden afstaan. Dit geldt ook voor de Basken in Noord-Spanje. Emoties spelen een grote rol bij alle meertalige landen in Europa. Dit heeft te maken met een bepaalde trots en met het recht om je te kunnen uiten in je eigen taal. Dit geldt ook voor Nederland. Zet maar eens een trotse Fries en echte Groninger tegen over elkaar en laat ze maar uitvechten waarom het Fries een taal is en het Gronings een dialect. Veel mensen vinden dialecten grappig. Dialecten worden positief onder de aandacht gebracht, bijvoorbeeld op de tweejaarlijkse Dialectendag die sinds 1991 wordt georganiseerd.
Zie ook: Het dialectloket, een website over dialecten met veel informatie, dialectopnames, taalkaarten, video’s en educatief materiaal.
De Stichting Nederlandse Dialecten (SND) is een overlegorgaan voor streektaalbeleid, waarin vooral streektaalbeleidsmakers en taalwetenschappers vertegenwoordigd zijn. Het hoofddoel van de SND is het streven naar een wetenschappelijk onderbouwd streektaalbeleid. De SND organiseert daartoe populariserend-wetenschappelijke en culturele evenementen (Dialectendag, Streektaalconferentie), en verstrekt via publicaties en online informatie over de dialecten die in het Nederlandse taalgebied worden gesproken. De Stichting Nederlandse Dialecten (SND) werd opgericht in 1990 als een samenwerkingsverband tussen medewerkers van Nederlandse en Vlaamse univer siteiten en wetenschappelijke instellingen waar aan dialectonderzoek gedaan wordt.
Lokaal
(pers)bericht of evenement insturen? Dat kan via [email protected]
Renkum.nieuws.nl richt zich op
berichtgeving op lokaal niveau. De bezoekersaantallen blijven stijgen, wat
onder andere goed is voor de zichtbaarheid van onze adverteerders. Wil jij
je naamsbekendheid vergroten?
Wij denken graag met
je mee om de reclame-euro zo optimaal mogelijk te besteden. Door lokaal te
adverteren op Renkum Nieuws tegen een concurrerende prijs! Neem contact op met
Dolf Verschuren via de telefoon: 06 – 4025 3846 of mail: [email protected].