Onze drie zoons en twee partners komen op bezoek in Kenia. Een intensieve fantastische tijd, veel praten over ieders leven maar ook veel op Safari.
Wildlife Safari’s naar het Nairobi National Park met een olifanten weeshuis en Amboseli, het park aan de voet van de Kilimanjaro met heel veel olifanten staan op het programma, maar ook de Streetboy Safari met Quick, de voormalige straatjongen. Vanmiddag staat er een ‘Poverty-Safari’ door Kibera op het programma.
Wonen op 4 vierkante meter
Dat klinkt niet zo respectvol, maar als je niet op past kan het al gauw ‘Kijken naar Armoede’ worden. Quick ging me niet in de kouwe kleren zitten maar het leven van mensen in Kibera dringt tot diep in je vezels door. We maken de tour, onder begeleiding van Eric, Clement en Dickson van het Kibera Community Outreach project (KCOOP).
Eric, die de tour leidde: ‘In de twee grote sloppenwijken van Nairobi, Kibera en Mathare, wonen op 3.5 vierkante kilometer, ca. 1 miljoen mensen. In Kibera is de grond van de overheid en de huisjes zijn van landlords die vaak buiten Kibera wonen en huur vragen van de sloppenbewoners’.
Heelsum is net zo groot als Kibera en heeft 3500 inwoners. Mijn huis staat op 400 vierkante meter en we woonden er met z’n tweeën en een hond en drie kippen. Op hetzelfde stukje grond wonen er in Kibera meer dan 100 mensen, pakweg 5 honden en loslopende kippen.
(tekst gaat verder onder de foto)
Kees van Veluw
Een straathond in Kibera
Maar 30 jaar leven
In Kibera worden de mensenrechten in elke minuut en op elke vierkante meter geschonden; kinderen krijgen slechts één maaltijd per dag, riolering is afwezig, er is 1 toilet voor 150 mensen, maar 50% van de kinderen gaat naar school, elk dak lekt bij zware regenbuien, 50% van de huishoudens zitten zonder vader, mensen moeten leven van 1 euro per dag, geen betaalbare gezondheidszorg en ga zo maar door.
De levensverwachting is 30 jaar. In Nederland is dat 80 jaar. De materiële armoe is mensonterend. Toch dansen de kinderen blij om ons heen tijdens de tour en overal moeten we groeten en zijn mensen verrast en blij om ons te ontmoeten.
Schaamte
Ik voelde een klein warm handje mijn grote hand onderzoeken. Als een baby die op zoek is naar de borst. Opeens had ze beet en ze omklemde mijn vinger met een vastberadenheid en een kracht die aangaf dat ze voorlopig niet van plan was mij los te laten. Ik heb niet gezien of het een jongetje of een meisje was, maar het voelde als een klein meisjeshandje. Het overviel me. Door de zelfverzekerdheid van haar en het feit dat we daar lopen, drong het leven in Kibera diep mijn hoofd en hart in.
Ik voelde in dat handje niet alleen dat ene meisje maar de handjes van alle duizenden kinderen in Kibera en hun ellende, hun dromen, hun blijheid, de energie, de overlevingskracht. Het werd me te veel en ik wurmde het handje van mijn vinger los en murmelde tegen haar: ‘It is okay, It is okay’. Ze liet met moeite los. Onmiddellijk schaamde ik me. Waarom kon ik me niet openstellen voor één kind, op dat moment, op die plek. Waarom voelde ik de hele krottenwijk op me drukken? Waarom kon ik niet even alleen aandacht geven aan haar, ze vroeg er om. Ik keek om me heen maar zag haar niet meer.
Koekjes
We gaan het community center in. Op zondag wordt daar een maaltijd voor kinderen bereid. Kinderen zien dat we naar binnen gaan en binnen een mum van tijd zaten 170 paar oogjes ons vol verwachting aan te kijken. Van tevoren was ons gezegd om koekjes mee te nemen om daar uit te delen. Dat doen we met een ingehouden traan, maar ook met een hartelijke lach.
De lach kwam van weerskanten. We hebben veel te weinig koekjes bij ons. Aan het einde waren we allemaal bekaf van de intensiteit van het gebeuren.
(tekst gaat verder onder de foto)
Kees van Veluw
Koekjes uitdelen in het community center
Dromen
‘Zijn mensen hier gelukkig?’, vragen we aan onze gidsen. ‘Ja’, zeggen ze. ‘Ze weten niet beter en ze beschouwen hun lot als vanzelfsprekend. Toch dromen ze van een lot uit de loterij’. Clement, een van de gidsen, was toevallig een wit mens tegengekomen die zijn schoolgeld betaalde en kon daardoor aan zijn lot ontsnappen maar bleef wel in de Kibera wonen en werken bij KCOOP.
We bezoeken een ‘huis’ in de wijk. Aisha (15 jaar) hangt verlegen tegen de houten muur. De kamer is twee bij vier meter. Aan een kant staat een bed, aan de andere kant een kist met spullen, een tafeltje met een gasstel erop en nog wat andere dingen. Om te slapen moet Aisha het tafeltje op de kist zetten en slaapt dan op de grond met nog vier andere zusjes en broers. Moeder ligt in het bed. De vader is verdwenen. Aida’s moeder is wasvrouw bij een rijk gezin buiten de wijk. Aida zit gelukkig op school. We vragen haar: ‘Wat wil je worden later? (Sorry, echt zo’n Nederlandse vraag) Ze breekt door haar verlegenheid heen en zegt met zekerheid: ‘Mode-ontwerpster!’ Vertwijfeld denk ik bij mezelf: ‘Ik hoop het van harte!’
Linkse hobby
Elke Nederlandse populist zou een dag in Kibera moeten doorbrengen om te ervaren hoe bevoorrecht we zijn in Nederland. Maar ook om je te realiseren hoe moreel fout het is om vluchtelingen botweg te weigeren en sterker nog hoe zwaar onethisch het is om de brandweer tegen te werken als ze de brand in een AZC willen blussen zoals in Loosdrecht gebeurd is.
Elke kapitalist zou ook hier moeten komen. Dan kan je niet meer volhouden dat ‘Als je niet slaagt in je leven ligt dat vooral aan jezelf en niet aan anderen, lang leve de bezuinigingen op de publieke voorzieningen. En mensenrechten? Dat is een linkse hobby’.
Nairobi heeft ca. 5 miljoen inwoners waarvan er 2.5 miljoen in sloppen wonen zoals Kibera, ca. 1.5 miljoen in middenklasse wijken en 1.5 miljoen wonen in de rijke wijken. Er is een extreem rijke bovenlaag. Oxfam Novib heeft berekend dat de 125 rijkste Kenianen evenveel rijkdom hebben als 42 miljoen (van de 58 miljoen Kenianen) armste Kenianen. Net als in Nederland worden ook hier de rijken alleen maar rijker en de armen armer .
Ngo’s
Een paar dagen later als ik van de schrik bekomen ben en alle emoties min of meer onder controle zijn stel ik Google AI de vraag: Hoeveel ontwikkelingsorganisaties zijn in Kibera actief? Het antwoord was schrikbarend: ca. 500! Kibera is 2.5 vierkante kilometer. Op elke 2 ha. dus 1 organisatie. Je zou zeggen dat dan alle Kiberanen werk hebben, een toilet hebben, genoeg inkomen om voor zichzelf te zorgen. Hoe kan dat?
Linh Vo, een Vietnamese schrijfster, zegt in haar blog: ‘Vriendelijkheid dood ontwikkeling’. De meeste ngo’s doen aan noodhulp om het schrijnende tekort aan voedsel, onderwijs, gezondheidszorg, publieke voorzieningen enz. te verkleinen. Maar het is een bodemloze put. Je verbetert niet zomaar de materiele mensenrechten van 2.5 miljoen mensen. Noodhulp is niet genoeg want als de fondsen van deze ngo’s opdrogen vallen mensen weer terug in hun oude situatie. Daarmee is noodhulp tegelijkertijd niet verkeerd, het is hard nodig maar het leidt tot wat ontwikkelingswerkers het ‘afhankelijkheids-syndroom’ noemen.
(tekst gaat verder onder de foto)
Kees van Veluw
Een groentewinkeltje in Kibera
Wat nu?
Kiberanen hoppen van de ene NGO naar de andere. Hier krijgen ze voedsel, daar onderwijs, bij die NGO moet je zijn voor een goedkope douche en voorbehoedsmiddelen enz. Deze ngo’s denken dat armoede hetzelfde is als ‘ze kunnen niks’. Dat is absoluut niet waar. Er zijn in Kibera, net zoals overal, ook mensen met grote talenten alleen die krijgen niet de kans zich te ontwikkelen. Noodhulp ngo’s moeten zich de vraag stellen: ‘What next?’ Wat te doen als de honger gestild is en het onderwijs gegeven is? Dat is geen makkelijke vraag om te beantwoorden maar hem stellen aan de mensen in Kibera zelf en dan samen naar oplossingen kijken en zoeken is een manier die wel kans van slagen heeft.
Je kan niet in Kibera rondlopen en daarna niks doen. Dan wordt het een Poverty-Safari; het kijken naar armoede en daarna verder gaan met je leven. We houden contant met Eric, Clement en Dickson en gaan met ze praten over wat we kunnen betekenen voor hen.
Kees van Veluw
Kees heeft jaren columns geschreven voor het huisblad van de WUR (Resource) en voor Ekoland (het blad voor de biologische landbouwsector). Kees woonde 25 jaar naar volle tevredenheid in Renkum, was actief in het Dorpsplatform Renkum Heelsum en bij Boerderij Veld en Beek.
Kees is verhuisd naar Nairobi, Kenia en wil graag blijven bloggen (eventuele reacties kunnen naar [email protected], ze worden dan naar Kees doorgestuurd).
Lokaal
(pers)bericht of evenement insturen? Dat kan via [email protected]
Renkum.nieuws.nl richt zich op
berichtgeving op lokaal niveau. De bezoekersaantallen blijven stijgen, wat
onder andere goed is voor de zichtbaarheid van onze adverteerders. Wil jij
je naamsbekendheid vergroten?
Wij denken graag met
je mee om de reclame-euro zo optimaal mogelijk te besteden. Door lokaal te
adverteren op Renkum Nieuws tegen een concurrerende prijs! Neem contact op met
Dolf Verschuren via de telefoon: 06 – 4025 3846 of mail: [email protected].